Tikkende tijdbom onder pril herstel

09-01-2010

Uitstroom van 55-plussers op de arbeidsmarkt en een toenemende uitval van mantelzorgers bedreigen het economisch herstel.

Een nieuwe crisis ligt op de loer. Naarmate het prille economische herstel een meer robuuste vorm gaat aannemen, ontstaan tegelijkertijd grote problemen op de arbeidsmarkt. Zodanig zelfs dat een verdere economische groei daardoor stagneert of misschien wel tot stilstand kan komen. Dat alles wordt vooral veroorzaakt door de uitstroom van 55-plussers en de toenemende uitval van mantelzorgers.

Vorig jaar hebben veel bedrijven hun 55-plussers gestimuleerd en soms zelfs gedwongen het dienstverband te beëindigen met een aanvulling op het opgebouwde vroegpensioen. In een aantal bedrijven heeft meer dan de helft van de 55-plussers de werkvloer moeten verlaten. Precieze cijfers ontbreken, omdat deze groep onvrijwillig werklozen buiten de werkingssfeer van de Werkloosheidswet blijft.

De kaalslag onder de oudere werknemers levert weliswaar op korte termijn een flinke kostenbesparing op, maar houdt geen rekening met de effecten op langere termijn. Als de economie verder aantrekt en de inzet van deze ouderen meer dan gewenst zou zijn, zal blijken dat deze afgedankte groep niet meer beschikbaar is voor de arbeidsmarkt.
Overigens ervaren enkele bedrijven nu al dat door de grote uitstroom van ouderen ook veel ervaring verloren is gegaan. Daarom moet de positie van de oudere werknemers bij noodzakelijke personeelsreducties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid worden beoordeeld, met inachtneming van de langetermijneffecten.

Daar komt bij dat onze overheid de verhoging van de AOWleeftijd wenst te beperken tot de huidige 55-minners. Weliswaar is er het afgelopen jaar naar gestreefd om met een aantal financiële prikkels de huidige oudere werknemers langer aan het werk te houden, maar met financiële prikkels en een volledige vrijblijvendheid redden we het niet. Omdat de babyboomers tot nu toe alleen maar hebben geprofiteerd van een voortdurende welvaartsgroei en veelal weinig tegenslag hebben gekend, mag van hen met enige dwang worden verlangd dat zij hun steentje bijdragen aan het beoogde economische herstel. Daarvoor staan diverse varianten van een stapsgewijze verhoging (niet te kleine stappen) van de AOWleeftijd ter beschikking, die al op 1 januari 2012 effectief kunnen zijn. Dan zal op het moment dat de economie daarom vraagt de eerste shift werknemers nog gedurende een aantal maanden na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar voor de arbeidsmarkt beschikbaar blijven.
Een bijkomend probleem is het groeiende aantal werknemers dat in de privé-sfeer mantelzorg verricht (bijv. een ziek of hulpbehoevend familielid verzorgt) en daardoor verminderd inzetbaar is op het werk. Veel werkgevers voeren tot nu toe geen mantelzorgbewust personeelsbeleid. In toenemende mate komt daardoor deze groep werknemers in de problemen door emotionele druk, stress en overmatige inspanningen, hetgeen leidt tot nóg minder inzetbaarheid.

Op dit moment verricht een op de acht werknemers naast hun betaalde baan langdurig mantelzorgtaken. Meer dan de helft hiervan voelt zich overbelast en ongeveer 10 procent is minder gaan werken of zelfs (tijdelijk) gestopt met werken omdat de combinatie te zwaar is.
Ook blijken werkende mantelzorgers vaker ziek te zijn. Mede naar aanleiding van deze cijfers riep SER-voorzitter Rinnooy Kan vorig jaar juni werkgevers op tot een adequate ondersteuning van mantelzorgers in de werksfeer.

Op dit moment weten veel werkgevers niet of hun werknemers ook nog mantelzorgtaken hebben, waardoor zij onvoldoende kunnen inspelen op hun noden en behoeften. Werknemers blijken op hun beurt vaak enige angst te hebben om hun mantelzorgtaak kenbaar te maken aan de werkgever, vooral ingegeven door mogelijke negatieve gevolgen voor het loopbaanperspectief. Dit verstoppertje spelen moet worden doorbroken door het invoeren van een personeelsbeleid waarin mantelzorg zonder enige schroom en angst op de werkvloer bespreekbaar wordt gemaakt. Werknemers die daaraan behoefte hebben, moeten bijvoorbeeld via de werkgever een beroep kunnen doen op een mantelzorgmakelaar, die al het regelwerk op zich neemt. Als dit probleem niet wordt opgepakt, leidt dit tot een verdere toename van grijs verzuim, ziekteverzuim of zelfs (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid.

Regeren is vooruitzien en daarom moeten we er nu voor zorgen dat we niet straks worden geconfronteerd met een crisis op de arbeidsmarkt door een ernstig tekort aan ervaren arbeidskrachten. De thans nog steeds toenemende werkloosheid doet daaraan niets af.

Door Peter Conneman
Dagblad van het Noorden

Mantelzorgcompliment 2010

Mantelzorgers kunnen jaarlijks een financieel extraatje krijgen van maximaal € 250,00. Dit heet het mantelzorgcompliment. Mantelzorgers krijgen dit bedrag als blijk van waardering. De beloning is bedoeld voor mensen die langdurige en/of intensieve mantelzorg verlenen.

Een mantelzorger moet aan een aantal voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor het compliment.

  • De zorgvrager moet beschikken over een AWBZ-indicatie voor extramurale zorg (zorg aan huis).
     
  • Deze indicatie moet voor tenminste 53 weken (371 dagen) zijn afgegeven. Meerdere aaneengesloten indicaties die opgeteld meer dan 371 dagen bedragen, tellen mee. De tijd tussen de verschillende indicaties mag niet meer dan 42 dagen zijn.
     
  • De indicatie moet na 1 augustus 2009 zijn afgegeven.
     
  • De mantelzorger hoeft niet meer aan te tonen dat hij zorg verleent die AWBZ-zorg vervangt.

Wat moet u doen?
Iemand met een AWBZ-indicatie ontvangt automatisch bericht van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dat hij of zij een mantelzorger kan aanmelden voor het compliment. Na het invullen en terugsturen van het formulier, ontvangt de mantelzorger het compliment rond de Dag van de Mantelzorg, 10 november.

Wilt u meer informatie of hulp bij het aanvragen van het mantelzorgcompliment, neem dan contact op met het Centrum Mantelzorg.

« terug